De huidige situatie

Scheiding van wonen en zorg. Wat nu?

woonsituatie-van-ouderen

Scheiding van Wonen en Zorg

Zeggen dat er met het scheiden van wonen en zorg veel is veranderd in de zorg is een understatement. Het belangrijkste, en meest zichtbare gevolg, is dat ouderen langer thuis (moeten) blijven wonen.

Door hervormingen in de langdurige zorg vervalt de indicatie lichte zorg en komen sinds 2014 enkel nog ouderen met zorgzwaartepakket 4 of hoger in aanmerking voor een verblijf in een verzorgingshuis. Bijgevolg zullen nogal wat verzorgingshuizen hun deuren moeten sluiten. Naar verwachting zullen 600 van de 2.000 verzorgingshuizen verdwijnen en zal het huidige aantal intramurale plaatsen tegen 2016 met 50.000 inkrimpen. De overgebleven plaatsen zijn enkel bestemd voor de zwaar zorgbehoevenden. Binnen 10 jaar zal het traditionele verzorgingshuis verdwenen zijn.

Dat veel ouderen door de strengere indicatiestelling niet meer terecht kunnen in een verzorgingshuis, betekent echter niet dat hun (mobiliteits)beperkingen verdwijnen. Aangezien nieuwbouw nog slechts een kleine 40.000 woningen per jaar genereert, zijn en blijven de meeste senioren aangewezen op hun huidige woning of de bestaande woningvoorraad. Ook de zorglast verschuift naar de sociale cirkel van de oudere. Er zal dus een toenemende vraag naar zorg aan huis en voor ouderen geschikte woningen ontstaan.

De ‘nieuwe generatie’ ouderen voelt zich gelukkig ook minder aangetrokken tot traditionele verzorgingshuizen. Ze voelen zich te ‘jong’ voor een dergelijke woonvorm, en blijven zo lang mogelijk in hun woning en bekende buurt wonen. Ze zijn erg honkvast: 85% geeft aan beslist niet te willen verhuizen. Het merendeel van deze woningen is echter niet geschikt voor mindervaliden en senioren die minder mobiel zijn. Tegenwoordig biedt de markt steeds meer mogelijkheden om bestaande woningen aan te passen aan de (toekomstige) zorgbehoefte van de bewoner(s). De taak van de gemeenten is informeren en aanpassing stimuleren.

Wonen in een onaangepast huis… Wat zijn de risico’s?

De scheiding van Wonen en Zorg en de (dubbele) vergrijzing hebben implicaties voor de manier waarop ouderen gaan wonen en leven. We moeten anders gaan wonen, met aandacht voor specifieke zorgbehoeften mét een betaalbaar zorgaanbod, want:

Ouderen zijn minder mobiel. Om zelfstandig te kunnen blijven wonen, stelt dit de nodige eisen op vlak van toegankelijkheid van de woning. Dit geldt dubbel voor zorgbehoevende ouderen. Om aan de vraag te voldoen moeten er jaarlijks 44.000 geschikte woningen bijkomen. Daarom moeten er vooral bestaande woningen worden aangepast. De aanpassingen zijn een eenmalige investering die niet enkel grote besparingen in medische kosten oplevert, maar ook het gevoel van veiligheid, het welzijn en de gezondheid van de oudere helpt garanderen.

Voor senioren zijn er namelijk bepaalde risico’s verbonden aan het wonen in een onaangepaste woning:

Fysieke letsels

  • Jaarlijks lopen 140.000 ouderen zodanig letsel op door een privéongeval, dat ze op een SEH-afdeling moeten worden behandeld. 95% van deze senioren is zelfstandig wonend.

  • Van de ouderen die op een SEH-afdeling worden behandeld, is 6 op 10 ouder dan 75 jaar. Maar de kans op een ziekenhuisopname na SEH-behandeling na een privé-ongeval is het grootste bij de 75-plussers.

  • Een valongeval is de belangrijkste oorzaak van letsel bij senioren. Dit is het geval bij driekwart van alle ongevallen waarna een SEH-behandeling volgt.

  • In 2013 zijn er 40.000 senioren in het ziekenhuis beland en hebben 80.000 ouderen de SEH-afdeling bezocht als gevolg van een val. In 2030 zal dit aantal ziekenhuisopnamen en SEH-bezoeken oplopen tot respectievelijk 63.000 en 130.000.

  • Van de in 2011 opgelopen 52.000 letsels zijn er bijna 18.000 toe te schrijven aan omgevingsrisico’s. Het bijhorende kostenplaatje is €150 miljoen. Dit komt neer op ruim €8.300 zorgkosten per ongeval.

  • Wanneer preventieve maatregelen, in de vorm van woningaanpassingen, worden genomen dalen valincidenten met 30-40%. Dit betekent een jaarlijkse besparing van 45 tot 60 miljoen euro aan medische kosten.

Angst, eenzaamheid en depressie

  • Een val leidt bij ouderen niet enkel tot lichamelijk letsel, maar heeft ook veel invloed op hun zelfvertrouwen. Maar ook zonder zelf gevallen te zijn, kunnen ouderen valangst ontwikkelen. Bijvoorbeeld als reactie op hun kwetsbaarheid.

    Leven met angst heeft grote impact op de ervaren levenskwaliteit van senioren. Ze gaan minder ondernemen, dus is er sprake van vermindering van mobiliteit en sociale interactie. Hierdoor neem het risico op isolatie en depressie toe.

  • Van de ruim 2,9 miljoen 65-plussers voelen bijna 900.000 mensen zich eenzaam. Hiervan voelen 200.000 senioren zich extreem eenzaam. Oorzaken zijn: verlies van partner of vrienden, verminderende mobiliteit en kleine sociale netwerken. Van alle 75-plussers woont 64,6% alleen.

    Eenzaamheid kan ernstige gevolgen hebben: verhoogde bloeddruk en een toenemende kans op depressie.De kans op een vroege dood is bij eenzame ouderen twee keer zo groot als bij overgewicht.

  • Ruim 15% van de 85-plussers is ernstig depressief. Bij driekwart van hen wordt de depressie niet herkend en blijft behandeling achterwege. 40% van de depressieven overlijdt 6 tot 8 jaar na behandeling aan de gevolgen van depressie.